U bent in : home > reizen > zuid-wales 2007

Pembrokeshire, Zuid-Wales 2007

Periode

    16 - 20 mei 2007

Deelnemers

    Sonja Vanmanshoven, Etienne Vanormelingen, Gert Appeltans, Jente Ottenburghs, Dirk Ottenburghs

Reisverslag

    Naar jaarlijkse gewoonte trokken we met 5 vogelaars (waaronder een vogelares) tijdens het lange weekend van Hemelvaart weer eens het buitenland in op zoek naar vogeltjes. Dit jaar was ons doel Wales en wel de zeevogelkolonies aan de kliffen van Pembrokeshire. We vertrokken in de gietende regen en kwamen aan in Dale met een stralend zonnetje.

    Het verblijf was alvast een voltreffer, Point Farm, een schitterend gelegen B&B in het pittoreske dorpje Dale. Elke morgen een lekker ontbijt, goedkope lunchpakketten voor overdag en enorm vriendelijke eigenaars. Kortom een aanrader.

    Minder leuk was het nieuws de volgende dag dat, ondanks mooi weer, een stevig briesje de overzet naar het bekende eiland Skommer niet voer. Teleurstelling in de groep die gehoopt had op een tête-à-tête met de papegaaiduikers. Toen ook nog eens een druilerige regenbui ons doorweekte was de stemming even beneden alle peil. Maar een behulpzame “birdwatcherin” toonde ons op de kaart de plaatsen waar we vanop het vasteland zeevogelkolonies konden bekijken. Na even rondgedoold te hebben op de kliffen voor Skomer met alk, zeekoet, scholekster, kuifaalscholver, Jan van Gent en drieteenmeeuw als leuke soorten reden we richting zuiden.

    Doel van onze trip, Stackpole. Dit bleek een schitterend gebied in een valleitje met mooie bossen vol daslook, tongvarens en andere flora-hoogtepunten. De parkeerwachter toonde ons enkele leuke plekjes, waaronder een kreek met kans op otter (’s morgens vroeg dan toch). Wij wandelden langs de kliffen en konden zo rotsduif, alpenkraai, oeverpieper en een kolonie zeekoeten met een paar tiental exemplaren bekijken.

    Rond 17u reden we iets westelijker langs de kust richting Elegug Stacks, dit is een klif ten zuiden van Merrion gelegen in een schietterrein van het Britse leger. Vanaf 16u30 mag je het gebied binnen. Op 200m van de parking kom je bij de kliffen en op enkele in zee gelegen rotsen zitten duizenden zeekoeten en (iets minder) alken. Een schitterend spektakel. Met de telescoop konden we de vogels mooi bekijken en zelfs soms de eieren zien. Ook een paar “gebrilde” exemplaren werden ontdekt in de massa zwart-witte beestjes.

 

    We hadden dan toch onze zeevogel-kolonie al gehad. ’s Avonds werd alles nog eens duchtig nabesproken in de plaatselijke pub in Dale met pinten zonder schuim en een lekker etentje.

    De volgende dag nog mooier weer, maar…nog meer wind aan de kust. Skomer bleef dus onbereikbaar. Onze gastheer had de moeite gedaan om op internet goede gebieden in de buurt te zoeken en zelfs naar de plaatselijke “warden” te bellen. Met een hoop info vertrokken we richting noorden naar Ramsey Island. Misschien voer daar de overzet wel uit.

    Ze volgden een route langs smalle wegjes die regelmatig en doorkijk gaven op de zee met prachtige kliffen. Die wegjes zijn trouwens ook juweeltjes, wat bermbeheer betreft kan heel België daar een puntje aan zuigen. Koekoeksbloemen, schermbloemigen, de typische wilde hyacinten en meer van datte. Om stil van te worden.

    Regelmatig hielden we halt om de zee te bezichtigen en zo kwamen we op een keienstand terecht en daar was ie dan. Tussen de keien stootte ik op een witzwart schepseltje met een bont gekleurde snavel, een papegaaiduiker. Onze doelsoort zat daar voor mijn voeten en bleef mooi zitten. We konden hem (of haar) zelfs aanraken. Na een foto-shoot hebben we het beestje gevangen, want heel gezond was het niet. In een nabijgelegen huis met twee vriendelijke, oude dametjes afgegeven en zij zouden het opvangcentrum bellen. Eerst wilden ze niet geloven dat we een papegaaiduiker hadden gevonden, want volgens hen kwamen die beestjes in deze periode nooit aan de kust en bleven ze op de veilige eilanden. We hadden dus h….change gehad.

    De rest van de trip werd een vrolijke tocht. Het feit dat de boot ook Ramsey Island niet aandeed was ons een zorg. Dus maar doorgereden naar Strumble Head, het meest noordelijke punt van Wales. Na eerst ons middagmaal opgegeten te hebben aan een heuvel, die ons iets daarna adembenemende zichten verschafte en soorten als roodborsttapuit, boompieper, putter en grasmus reden we naar de kust.

    Daar bleek het beroemdste zeekijkpunt van Wales te liggen. Een oude bunker was ingericht als grote schuilhut. Het weer was echter te mooi om binnen te zitten, dus vatten we post op de kliffen. Jan van Genten, Noordse stormvogels, Noordse pijlstormvogels, drieteenmeeuwen vlogen in mooie aantallen voorbij. Maar het meeste animo was er bij de grijze zeehonden die regelmatig opdoken en enkele waarnemingen van bruinvissen.

    Op de terugweg hielden we nog even halt aan een slikplaat vlak bij Dale. Daar wulpen, grote sternen en bergeenden, een slechtvalk die de plaatselijke buizerd kwam lastigvallen en als toetje een groepje van een tiental zeer makke bonte strandlopers.

getijdengebied

Soortenlijst

    Fuut, noordse stormvogel, noordse pijlstormvogel, jan van gent, aalscholver, kuifaalscholver, aalscholver, kleine zilverreiger, blauwe reiger, knobbelzwaan, grauwe gans, canadese gans, bergeend, wilde eend, kuifeend, rode wouw, buizerd, sperwer, torenvalk, slechtvalk, fazant, waterhoen, meerkoet, scholekster, kievit, bonte strandloper, groenpootruiter, wulp, regenwulp, kokmeeuw, zilvermeeuw, kleine mantelmeeuw, grote mantelmeeuw, dwergmeeuw, drieteenmeeuw, grote stern, papegaaiduiker, zeekoet, alk, rotsduif, turkse tortel, gierzwaluw, grote bonte specht, veldleeuwerik, boerenzwaluw, huiszwaluw, oeverpieper, graspieper, boompieper, rouwkwikstaart, winterkoning, heggemus, roodborst, tapuit, roodborsttapuit, zanglijster, merel, grasmus, zwartkop, tjiftjaf, koolmees, pimpelmees, staartmees, ekster, gaai, kauw, alpenkraai, roek, zwarte kraai, raaf, spreeuw, huismus, ringmus, vink, kneu, putter, groenvink, goudvink, geelgors