U bent in : home > reizen > lac du der 2000

Lac du Der 2000

Periode

    24 - 15 november 2000

Reisverslag

    Vrijdagmorgen 6u00, 24 november 2000, vier enthousiaste vogelkijkers (Daniel Bleus, Henri Thijs, Pierre Vandersmissen en Dirk Ottenburghs) vertrekken met grote verwachtingen richting Frankrijk. Even voorbij de Franse grens met de eerste zonnestralen in de lucht wordt al een groep van een 40tal kraanvogels waargenomen die neerstrijken in een veld langs de autostrade. Was dit een goed voorteken? Dit verslag geeft een antwoord op deze vraag.

    Omstreeks 11u30 wordt Giffaumont bereikt, vlak voor we het dorp binnenrijden zien we een groep van een 100tal kraanvogels foerageren op een maisveld, de toon van het weekend was al dadelijk gezet. Even later stoppen we aan het “centrum” van Giffaumont waar de woning gelegen was waar we de komende dagen zouden logeren. Alle bagage wordt uitgeladen en de overgebleven sandwiches verorberd. Even later staat de groep klaar voor de eerste kennismaking met Lac du Der. Vlak achter Giffaumont ligt een hoge dijk van waarop je een mooi zicht hebt op het meer.De eerste indruk was wat teleurstellend, een groot leeggelopen meer met hier en daar een aantal vogels, soorten die je thuis ook kan zien, fuut, kokmeeuw, slobeend, grauwe gans. Maar de verwachte grote vluchten kraanvogels en andere zeldzaamheden zijn in de verste verte niet te zien.

    Er wordt besloten om op een andere plaats het meer eens gaan te bekijken. De gekozen bestemming “Le port de Chatecoq”. Blijkbaar was het vorige uitkijkpunt niet zo goed gekozen, want hier is er heel wat meer te zien. Zelfs enkele steltlopers zijn nog aanwezig, een oeverloper laat zich goed zien. Tussen de witte kwikstaarten ontdekken we een “raar” exemplaar, na wat opzoekwerk bleek het een rouwkwikstaart te zijn. Ook enkele waterpiepers waren aanwezig. Vanaf deze plek zagen we ook al een tiental kraanvogels die op het droge middenstuk van het meer stonden. Een groepje overvliegende ganzen trok onze aandacht, midden in de groep vloog namelijk een wit exemplaar met duidelijke zwarte vleugelpunten, sneeuwgans! Deze emotie was nog niet geheel verwerkt toen iemand een roofvogel zag op één van de vele boomstronken in het meer. Na enige discussie en nadat de vogel zich had omgedraaid en zo onze vermoedens bevestigde werd deze soort bijgeschreven op onze lijst, slechtvalk.

    Ondertussen begon het zonnetje al goed te zakken en begon een voor ons uniek spektakel. Van alle kanten vlogen groepen kraanvogels richting het meer. Tellen was een onbegonnen werk, maar de 60.000 van het weekend ervoor zou niet veraf zijn. Tot zonsondergang bleven ze binnenvallen, de groep werd er zowaar stil van. Ondertussen werd contact gelegd met een drietal landgenoeten die ons enkele goede tips gaven voor de volgende dag.

    Zaterdag 25/11/00, 5u45, de GSMwekker loopt af want we willen op tijd zijn om het vertrek van de kraanvogels niet te missen. Hoewel sommigen niet geloofden in het nut van vroeg opstaan kwamen we op de dijk al een aantal auto’s tegen. We kozen een goed plekje uit en wachtten vol spanning op de eerste zonnestralen. De kraanvogels lieten zich al goed horen en omstreeks 6u45 kon je hun geroep van voeral al horen. Achter het meer tekende zich een smalle strook ochtendlicht af, toen we met de verrekijkers in die richting keken zagen we dat de kraanvogels hun vertrek al hadden ingezet. Duizenden silhouetten tekenden zich af tegen de opgaande zon en binnen 30 minuten waren alle vogels vertrokken naar de omliggende velden. Een ervaring die levenslang zou bijblijven.

    Na een sober ontbijt verkenden we de noordzijde van het meer. Nu bleek pas hoe groot dit meer was, afstanden die op de kaart redelijk leken, bleken nogal ver uit elkaar te liggen. De meer beboste noordkant deed onze soortenlijst goed aandikken en “Le Bassin Nord” zorgde voor enkele mooie soorten waaronder 7 brilduikers, een wijfje krooneend en een prachtig mannetje eider.

    Namiddag werd uitgetrokken om het nabijgelegen Etang de la Horre te bezoeken. Onderweg stopten we nog even aan het kerkje van Champubert, in de bosjes rond de kijkhut was er heel wat leven. Vanuit de kijkhut was het iets rustiger, tot een reus van een beverrat op zijn dooie gemakje over het slik wandelde. Daniel en Henri voelden hun jagersinstincten bovenkomen en gingen op rattenjacht. Gelukkig was het dier hen te vlug af. Door een vergetelijkhied van onze reporter werd dit voorval niet op beeld vastgelegd. Daarna dan richting van het kleinere meer. De bordjes “Attention chasse” en de bijbehorende geweerschoten deden ons wat twijfelen, maar de distelvinken maakten dan weer veel goed. Een terugrit door de mooie streek over smalle veldwegjes leverde heel wat buizerds, 2 blauwe kiekendieven en een mooie groep geelgorzen op. Die avond werd opnieuw afgesloten met het spektakel van de terugkerende kraanvogels, deze keer vanuit Champaubert. Dit leverde trouwens 2 voorbijvliegende grote zilverreigers op. Een zeker te vermelden feit was de kennismaking, die avond, met het streekgerecht, nl. choucroute met “Schenkel”. Een ware openbaring voor iedereen.

    De laatste dag, 26/11/00, werd ingezet met de vertrekkende kraanvogels, deze keer waren we iets later dan zaterdag op post, maar de plek bleek beter gekozen. Opnieuw een adembenemende ervaring. De voormiddag werd opnieuw gekozen voor Le Bassin Nord, maar deze keer de bossen die daar lagen. Het bleek een goede keuze want we zagen appelvink, vuurgoudhaantje, ijsvogel, grote zaagbek en middelste bonte specht (hoewel hier enige discussie over was). Na een kliekjesmaal werd de terugtocht aangevat. We kozen een tussenstop in de Argonne. Deze in de broedtijd zo interessante streek lag er nu wat verlaten bij. Toch zagen we een grote groep rosse grutto’s en een groep van 28 grote zilverreigers. De lijst werd afgesloten met enkele goudvinken aan de rand van een prachtig bos in de Argonne. Het einde van een weekend dat zeker de hoge verwachtingen inloste.

Soortenlijst

Fuut, dodaars, aalscholver, blauwe reiger, grote zilverreiger, knobbelzwaan, sneeuwgans, grauwe gans, bergeend, wilde eend, smient, wintertaling, pijlstaart, slobeend, krooneend, kuifeend, tafeleend, eidereend, brilduiker, grote zaagbek, sperwer, buizerd, blauwe kiekendief, slechtvalk, torenvalk, fazant, kraanvogel, waterhoen, meerkoet, kleine plevier, kievit, bonte strandloper, groenpootruiter, oeverloper, witgatje, kemphaan, wulp, rosse grutto, watersnip, kokmeeuw, stormmeeuw, zilvermeeuw, holeduif, houtduif, turkse tortel, ijsvogel, groene specht, grote bonte specht, middelste bonte specht, veldleeuwerik, graspieper, waterpieper, rouwkwikstaart, klapekster, heggemus, goudhaantje, vuurgoudhaantje, zwarte roodstaart, roodborst, merel, kramsvogel, koperwiek, zanglijster, grote lijster, staartmees, koolmees, pimpelmees, matkop, boomklever, boomkruiper, winterkoning, geelgors, rietgors, keep, vink, sijs, distelvink, groenling, goudvink, appelvink, kneu, ringmus, huismus, spreeuw, vlaamse gaai, ekster, kraai, kauw , roek.

Totaal van exact 90 soorten.