U bent in : home > reizen > falsterbö 2001

Falsterbö 2001

Periode

    14 - 16 september 2001

Reisverslag

Moeten er nog sperwers zijn ?

    Op 14 september 2001 vertrokken zes slaperige vogelaars richting Zaventem. Hun einddoel, Falsterbo. Na een, door enkele idioten veroorzaakte, zeer druk vertrek vanop het vliegveld werd voet aan de grond gezet te Kopenhagen. Daar stond een huurwagen klaar om de reis verder te zetten , via de langste ( ?) brug van Europa, naar het zuidelijkste punt van Zweden.

    Onderweg werd er al druk rondgekeken naar Zweedse soorten, zo passeerden Bonte kraai, zilver- en goudplevier, de revue.

    Eenmaal aangekomen aan het ringstation van Falsterbo bleek dat door intensief ringwerk de dagelijkse bewoners pas om 13u konden aanwezig zijn. Daarom werd gekozen voor een wandeling langs het nabijgelegen strand. In de wieren aan de rand van het strand, die een kwalijk geurtje verspreidden, foerageerden tientallen witte en gele kwikstaarten. Voorbijvliegende steltlopers trokken de aandacht, het waren bonte strandlopers. Andere doortrekkers waren scholekster, witgat en kleine strandloper. Op een steiger zaten kokmeeuwen, kleine- en grote mantelmeeuwen en zilvermeeuwen. 

    Onze strandwandeling bleek te leiden naar het wereldberoemde trektelpunt Nabben. Op een heuvel stonden een tiental vogelaars te speuren naar voorbijvliegende vogels. Wij klommen ook op de heuvel om mee te zoeken, en met resultaat : een groot aantal voorbijtrekkende sperwers, een laag overvliegende wespendief en verder torenvalk, aakscholver, blauwe reiger, knobbelzwaan, bruine kiekendief, buizerd, torenvalk, houtduif, gierzwaluw, boerenzwaluw, graspieper, huiszwaluw, ekster, kauw, roek, spreeuw, sijs, groenvink, kneu en kruisbek. Op de terugweg kwam daar nog een ruigpootbuizerd bij.

    Ondertussen was onze gastvrouw gearriveerd en konden we inhuizen in ons stolpje voor de komende dagen.

    Na enig overleg werd besloten om bij een plaatselijke frituur ( ?) onz eerste Zweedse maaltijd te nuttigen, het werd een hamburger met frieten die eerder zout met een beetje frietjes bleken te zijn.

    Na onze inkopen gedaan te hebben werd opnieuw verhuisd naar Nabben. Daar bleek het een heel stuk rustiger geworden en na een tijdje wisten we waarom. Blijkbaar was de trek volledig stilgevallen. Toch voegden we nog grote bonte specht, grauwe gans, brandgans, wilde eend, eidereend, fazant, wulp, winterkoning, tapuit, paapje, grote lijster, fitis, tjiftjaf, grauwe vliegenvanger, gekraagde roodstaart, kool- en pimpelmees en vlaamse gaai aan ons lijstje bij.

    We verplaatsten ons aktie-terrein naar de inlagen aan de oostzijde van het schiereiland en dit bleek een goede zet, want in dit prachtige gebied zagen we fuut, bergeend, pijlstaart, smient, wintertaling, kuifeend, boomvalk, smelleken, meerkoet, kleine plevier, bontbekplevier, kievit, tureluur, zwarte ruiter, groenpootruiter, watersnip, kemphaan, oeverpieper en grauwe klauwier.

    Het begon al stilaan duister te worden en we gingen terug naar de wagen. Een groep telescoopkijkende personen aan de rand van de weg trokken echter onze aandacht. Nadat we op onze vraag wat ze in het vizier hadden enige onverstaanbare Zweedse zinnen naar ons hoofd kregen geslingerd, verstonden we toch de magische woorden pallied harier, steppekiekendief ! ! ! Het avondmaal werd dan ook even uitgesteld en allezes kregen we deze zeldzame zwever in de telescoop, een mooi einde voor een eerste dag.

    Zaterdagmorgen was het al vroeg opstaan geblazen en na een eenvoudig ontbijt stonden we om 7uur met een stevige zeebries in het gezicht al op het golfterrein. Niet het allerbeste trekweertje bleek later. Toch tekenden we enkele bijkomende soorten op slobeend, brilduiker, kluut, middelste zaagbek, grote gele kwikstaart, vink, bosruiter, veldleeuwerik, kuifeend.

    Na enige tijd werd besloten om op zoek te gaan naar de zeldzaamheid van het ogenblik. Een tijdje ronddwalen op de heide, met een tot nu toe nog steeds niet gedetermineerde tapuit, die wel eens een bonte kon zijn, bleken we op het verkeerde spoor te zijn.

    Weer een groepje telescopen bracht ons op het goede spoor en zorgde voor een waarneming die de kroon op het weekend was, een oostelijke vorkstaartplevier.

    Nog niet bekomen van de emoties en na een weer sobere maaltijd werd de tocht aangevat rond de noordpunt van het schiereiland. Dit gebied dat meer door landbouwers gebruikt werd leverde een vermoeiende, maar prachtige wandeling op met weer een aantal nieuwe soorten, heggemus, rietgors, goudhaantje, zwarte mees, roodborst, zwartkop, zwarte stern, merel en juveniele slechtvalk.

    Op weg naar ons zachte bedje werd dit lijstje nog aangevuld met turkse tortel.

    Onze laatste dag was aangebroken, dus opnieuw vroeg uit bed om deze keer in betere omstandigheden naar Nabben te gaan. Windstil en een heerlijk temperatuutje zorgde voor zwermen, heel mabetante muggen, maar ook voor duizenden doortrekkende vogels.

    Nieuwe soorten waren : zwarte zeeëend, ringmus, boompieper, oeverzwaluw, parelduiker, holenduif, distelvink, keep en roodhalsfuut.

    Met een steeds maar hoger oplopende temperatuur was de heide de ideale keuze. Heel wat vogelaars bleken dat ook te vinden. De roofvogels dachten er ook zo over en dit resulteerde in een mooi spektakel van honderden doortrekkende zwevers waaronder heel wat sperwers (had je anders verwacht), buizerds, rode wouwen (meer dan 50), 1 visarend, 1 slechtvalk, 1 boomvalk en als toetje een notenkraker.

    Na een kort bezoekje aan de inlagen werd het tijd om huiswaarts te keren. Zeker als je weet dat er een paspoortloze Belg tussenliep.

    Maar alles kwam nog goed en een gelukkig zestal droomde in het vliegtuig na van een mooi weekend in het Zweedse Falsterbo.

    Denkelijk tot nog eens…