U bent in : home > reizen > Camargue 2007

Camargue 2007

Periode

    15 - 20 mei 2007

Deelnemers

    Ludo Croes, Eric Lenaerts, Albert Put, Stijn Raymaekers, Gaston Soors en Pierre Vandersmissen

Reisverslag

    Woensdagmorgen 15 mei vertrok ons gezelschap met luchtvaartmaatschappij Ryanair vanuit de luchthaven van Charleroi richting Nîmes in Zuid-Frankrijk voor een meerdaagse vogeltrip. Een uur en tien minuten later waren we al aangekomen. Hier huurden we een Ford Galaxy, een volumewagen die ruimte bood voor zeven personen, maar die toch een beetje krap bleek op de achterste bank. Hier op de luchthaven werden we al begroet door de alomtegenwoordige gierzwaluwen, groenlingen en putters. Daarna zetten we onmiddellijk koers naar ons tweesterrenhotelletje in een voorstadje van Arles : Montmajour.  Tijdens onze rit  op de D6113 konden we al meteen koereiger, zwarte wouw en purperreiger noteren; soorten die ook de dagen erna niet onopgemerkt zouden blijven. Ook ons hotel droeg de naam Montmajour. Namiddag trokken we erop uit om de eerste waarnemingen te verrichten. Aan de Abbaye de Montmajour was niet veel te zien en dus trokken we verder richting Paradou. Toen we ergens aan enkele heuvels halt hielden merkte Ludo een stipje op op één van de rotsen : onze eerste scharrelaar was een feit. Hier zagen we ook nog een europese kanarie, zwarte wouw, purperreiger, kleine zwartkop, wielewaal en een roepende havik. Ook nachtegalen werden diverse malen gehoord en geelpootmeeuwen werden ook in grote getalen gezien. So far so good.

    De volgende dag besloten we onze kans te wagen in de Camargue zelf. Bij de eerste interessante plek tussen de rijstvelden in de buurt van Mas d’Agon hielden we halt. Meteen konden we hop, vorkstaartplevier, kwak, ralreiger, bijeneter, cetti’s zanger, rietzanger, orpheusspotvogel, roodkopklauwier, witwangstern, kleine zilverreiger en bruine kiekendief bijschrijven op ons lijstje. Ongetwijfeld zouden we daar nog interessante waarnemingen gedaan hebben als er niemand ons was komen wegjagen.  Bevonden we ons op privéterrein, en later zou blijken dat bijna alle interessante gebieden privé waren. Even later vonden we ook nog een grote karekiet, een graszanger, een kleine karekiet, een roepende kwartel, een kuifleeuwerik en een mooie cirkelende wespendief. Op de uitkijktoren, net rechts van de T-sprong konden we nog steltkluten spotten alsook een ralreiger die open en bloot zat. Zalig! In de buurt van La Capelière maakten we tussen de kokmeeuwen kennis met een adulte zwartkopmeeuw in zomerkleed en ook nog een 1ste zomer exemplaar. Hier zagen we ook onze eerste flamingo’s, grondelend aan de rand van het Étang des Vaccarès. Aan dit grote meer zaten ook enkele geoorde futen. Even later moest Gaston, onze vaste chauffeur, de remmen dicht gooien zodat we een langstrekkende roofvogel beter konden bekijken : slangenarend. Hier in La Capelière is er een wandeling te doen door het natuurreservaat, tegen betaling wel. Dat besloten we niet te doen, maar wel drie euro uit te geven voor een ticket naar een iets verderop gelegen reservaat : Salin de Badon. Uiteraard zat hier niemand om ons te controleren. Veel interessante dingen vonden we hier niet, buiten enkele tamme beverratten, een bonte vliegenvanger, enkele oeverzwaluwen, onze eerste Iberische gele kwikstaarten, nog enkele steltkluten en krakeenden en de immer aanwezige cetti’s zangers en koereigers. Dan maar verder gereden naar het strand aan de Middellandse Zee. We reden langs kilometerslange zoutpannen, allen in exploitatie, maar er was bitter weinig beweging op te zien. Aan zee werden we verwelkomd met een erg harde zeebries, pal uit het zuiden. We zochten schuil achter een busje en konden zo nog enkele grote sterns uit de lucht plukken. De wind bleef hard beuken en daarom probeerden we ons geluk maar in de achterliggende duinen. Hier zaten ook weer Iberische gele kwikstaarten. Onze euforie werd echter groter toen we een groot groepje sterns zagen pleisteren aan de rand van een plas achter de duinen. We zagen zeker een stuk of 30 grote sterns, een viertal dwergsterns, een viertal visdiefjes, een 15tal drieteenstrandlopers, 3 dunbekmeeuwen, één bonte strandloper, één scholekster, één steenloper in zomerkleed en verschillende bontbek-, strand- en kleine plevieren. Een lachstern zat er helaas niet tussen. Dit was toch weer genieten. Alles heerlijk dichtbij kunnen waarnemen en uit de wind dankzij een muurtje. We trokken nog een beetje verder de duinen in en daar liet een duinpieper zich nog fantastisch bekijken. Dit smaakte naar meer en dus trokken we naar het veelbelovende Étang de Fangassier. Hier vonden echter bitter weinig. Met 2 kluten, een visdiefje, enkele bontbekplevieren, een drieteenstrandloper en wat bergeenden moesten we ons tevreden stellen.  Ook nu beukte de wind nog steeds ongemeen hard. Opvallend waren wel de vele geelpootmeeuwen, die hier waarschijnlijk broedgelegenheid vonden. Om de dag af te sluiten bezochten we nog even Étang de Grenouillet, dat dichtbij Salon de Badon ligt. Vanuit een uitkijkplatform vonden we hier zowaar een lepelaar, toch een bijzondere waarneming, want deze vogels trekken normaal langs de Atlantische kust. Verder zaten er hier nog slobeenden, een witwangstern, grote en kleine zilverreigers, steltkluten en een graszanger die zich erg mooi liet bewonderen. Aan de overkant konden we ook nog een roodkop- en een grauwe klauwier bijschrijven op onze aanzwellende lijst. En even later op onze terugrit, zagen we ook nog eens klapekster. We konden niet ontevreden zijn na deze goedgevulde dag.

    Vrijdag 18 mei gingen we onze kans wagen in de hogere regionen in de hoop een glimp te kunnen opvangen van de zeldzame havikarend. De wind was echter nog niet gaan liggen en sneed nog hard door het Provençaalse landschap. Eerst hielden we halt in Les-Baux-de-Provence, een bergdorpje overheerst door een groot klooster. Tegen de rotswanden zagen we moedige rotszwaluwen al te nieuwsgierige torenvalken en kauwen wegjagen van hun nesten. En eindelijk vonden we hier ook de alpengierzwaluw. Ook een zwarte wouw trok hier nog over. Nu was het tijd om Bonelli’s Eagle (havikarend) te gaan zoeken. We trokken naar La Caume, een soort rotsmassief waar zijn horst zich ergens zou bevinden in de buurt van de grote zendmast. Jammer genoeg liet hij zich niet zien. Wel vonden we een aasgier, een raaf, een zalig zingende en zichtbare baardgrasmus, een eveneens zalig zingende cirlgors en nog een kuifmees. Opgelet, om tot aan de zendmast te geraken moet je wel een halfuurtje wandelen. Maar het uitzicht is dan ook adembenemend. Na deze poging gingen we nog eens proberen in Aureille, een dorpje dat aan de uitlopers van La Caume ligt. We vonden niks. Hier in de maquis was er erg weinig te zien, buiten wat kneus, en een witte kwikstaart. Dan gingen we een poging ondernemen om de zwartkoprietzanger bij zijn kraag te vatten, in de buurt van Beauchamp en Tenque (ten westen van de Crau) maar al gauw bleek dat we niet aan de goede kant zaten; alles bleek afgesloten aan de kant waar we onze poging ondernamen.  Toch vonden we hier enkele kleine torenvalken, scharrelaars, koereigers, patrijzen, een hop, cetti’s zangers en een kleine karekiet. Uiteindelijk besloten we dan maar om de plaats waar we ’s anderendaags naar de witbuikzandhoenen zouden gaan zoeken, een beetje te verkennen. We trokken dus naar Vergières in het hartje van de Crau, onderweg nog een slangenarend onderscheppend.  Hier in de Crau vonden we met de hulp van een Cristal-hatende West-Vlaming nog een kleine trap, zij het nogal ver.

    ’s Anderendaags vertrokken we zeer vroeg, Pierre met zijn hoedje van Cristal Alken, naar de Crau om de zandhoenen te vinden.  We waren nog niet aangekomen of de lichten van onze auto weerkaatsten in de ogen van een ... nachtzwaluw, zittend op de straat. Bij een prachtige zonsopgang in de Crau hoorden we al vrij snel het gekrijs van verschillende grielen over de vlakte!  Dat beloofde.  En even later kwam er inderdaad twee grielenkoppen boven het onkruid kijken.  Weer een extatisch moment. Ondertussen zagen we nog zalige duinpiepers, veldleeuweriken en een mannetje paapje.  Ook de hop hoorden we nog eens zijn typische roep te berde brengen. We slenterden verder over de stenige grond toen we nog eens de kleine trap vliegend in beeld kregen. En toen we de eerste keer de roep van het witbuikzandhoen over de vlakte hoorden, negen onze hoofden naar het geluid en daar vloog zowaar een exemplaar de lucht in, zij het nog een beetje ver. Yes! We trokken verder en we namen nog 2 maal een klapekster waar alsook een koereiger.  Ondertussen bleven de grielen roepen en hoorden we nu en dan nog eens het korte roepje van de witbuiken. Nadien konden we nog een baltsende kleine trap uitgebreid bezichtigen. Uiteindelijk ondernamen we toch een poging om de zandhoenen proberen te vinden en na een 150 meter was het prijs : 2 exemplaren vlogen dicht langs ons op uit het kruidgewas en we konden de kenmerken heerlijk zien.  Er was zeker één mannetje bij. Nu had Ludo er toch ook nog eens een lifer bij. We verlieten de Crau met een heerlijke roes en zagen nog eens drie mannetjes kleine trappen over de vlakte scherend. Op de terugweg met de auto zagen we nog eens een rode patrijs van erg dichtbij en bij het Étang de Aulnes vonden we nog krooneenden (2 mannetjes en een vrouwtje), een roepende wielewaal, een purperreiger, een graszanger en vale gierzwaluwen! Later op de dag deden we het Étang des Entressen aan en daar vonden we nog een grauwe klauwier, zomertortels, 9 witwangsterns, futen, 2 orpheusspotvogels, cirlgorzen, europese kanaries, een grote karekiet en aan het stort bij de vlakte van de Crau zagen we onnoemelijk veel zwarte wouwen (zeker 50) en geelpootmeeuwen cirkelen.  Pierre merkte er ook een ooievaar tussen.

En op zondag, toen we terug naar het vliegveld reden, verscheen de kers op de taart : een juveniele kuifkoekoek, zalig te bewonderen in een struik op het vliegveld. We konden niet anders dan met tevreden gevoelens inchecken!

 

Soortenlijst

aalscholver  graszanger  koolmees  slangenarend 
aasgier  grauwe klauwier  krakeend  slobeend 
alpengierzwaluw  griel  krooneend  sperwer 
baardgrasmus  groenling  kuifeend  spreeuw 
bergeend  grote bonte specht  kuifkoekoek  steenloper 
bijeneter  grote karekiet  kuifleeuwerik  steltkluut 
blauwe reiger  grote stern  kuifmees  strandplevier 
boerenzwaluw  grote zilverreiger  kwak  tjiftjaf 
bontbekplevier  havik  kwartel  torenvalk 
bonte strandloper  heggemus  lepelaar  turkse tortel 
bonte vliegenvanger  holenduif  meerkoet  vale gierzwaluw 
boomkruiper  hop  nachtegaal  veldleeuwerik 
bruine kiekendief  houtduif  nachtzwaluw  vink 
buizerd  huismus  oeverzwaluw  visdiefje 
cetti's zanger  huiszwaluw  ooievaar  vorkstaartplevier 
cirlgors  iberische kwikstaart  orpheusspotvogel  waterhoen 
dodaars  ijsvogel  paapje  wespendief 
drieteenstrandloper  kauw  patrijs  wielewaal 
duinpieper  kievit  pimpelmees  wilde eend 
dunbekmeeuw  klapekster  purperreiger  winterkoning 
dwergstern  kleine karekiet  putter  witbuikzandhoen 
ekster  kleine plevier  raaf  witte kwikstaart 
europese kanarie  kleine torenvalk  ralreiger  witwangstern 
fazant  kleine trap  rietzanger  zomertortel 
flamingo  kleine zilverreiger  ringmus  zwarte kraai 
fuut  kleine zwartkop  rode patrijs  zwarte roodstaart 
gaai  kluut  roodborst   zwarte wouw 
geelpootmeeuw  kneu  roodborsttapuit  zwartkop 
geoorde fuut  knobbelzwaan  roodkopklauwier  zwartkopmeeuw 
gierzwaluw  koekoek  rotszwaluw 
goudhaantje  koereiger  scharrelaar 
grasmus  kokmeeuw  scholekster