U bent in : home > armand coenegrachts

Armand Coenegrachts

In memoriaal Armand Coenegrachts (1954-2008)
    Het was op een winteravond van 1994 toen Armand mij voor het eerst belde als reactie op een artikel over steenuilen in het asielkrantje. Hij kwam over als een nogal onzeker iemand, na een kennismakend gesprek gingen we samen op terrein. Armand had ook een stel steenuil kasten opgehangen en wist niet hoe hij deze moest onderhouden. Na de eerste controle bleek er een bezet te zijn, er ging plots een wonderbare wereld voor Armand open. De steenuiltjes waren zijn lievelingsdieren waarvoor hij heel veel overhad. Als er nesten waren die problemen hadden ging hij ze zelf bijvoederen. Ieder jaar maakte hij nieuwe kasten bij om op een totaal van wel 150 te komen. Later kwamen er nog kerkuilen, bosuilen en torenvalken bij. Nadat hij zijn nestvergunning behaalde ringde hij er wel honderden van klein tot groot. Het is aan hem te danken dat de kerkuil in Zuid Limburg terug een doodgewone broedvogel geworden is. Koppig als hij was kon weinig hem tegenhouden: zijn vele vrije tijd, mensenkennis en niet aflatende energie brachten hem zowat overal tot in Voeren toe. Velen zullen hem blijven herinneren als de vogelman met de brommer en het vouwladdertje en later ook met de quad. Iedere week belde hij wel eens of meermaals om zijn wedervaren te melden.

    Tot eind 2006, toen werd het stil. Waar we soms voor vreesden gebeurde. Armand was vermoeid en voelde zich leeg: iedereen heeft dat wel eens. Maar bij hem lukte het niet de oude te worden en hij belande in een depressie. Hij had het voor ik hem kende nog eens meegemaakt. In het voorjaar van verleden jaar ging het dan toch beter. We ringden bosuilen en gingen samen mee op 1 mei naar Harchies. Hier toonde hij nogmaals zijn enorme vogelkennis door een kleine vogel op een paaltje te determineren als rietzanger. En dit zonder telescoop of verrekijker. Helaas was het maar van korte duur. Hij ging een maand halftime terug naar het werk, maar moest noodgedwongen opnieuw thuisblijven. En na de zomer ging het alleen maar bergaf. Toen ik hem enkele dagen voor zijn dood belde was de interesse voor de vogels geheel weg. Het was dan ook een enorme klop de trieste dood van een onmisbare vriend en medewerker te vernemen, we zullen nooit weten wat er uiteindelijk misliep. Onze gedachten gaan nu naar zijn echtgenote Agnes, zijn familie en ieder die hem genegen was.

André Vanmarsenille

 

    Toen een vriend mij eens vroeg om een steenuilenkast in zijn plantage te hangen, heb ik Armand voor het eerst gebeld en zo leerde ik hem kennen. Het moet in 1997 of 98 geweest zijn. De kast werd opgehangen. Armand kwam in alle kerken in de streek op de zolders en in de torens, in boerderijen en schuren,waar hij kasten plaatste voor kerkuilen. Als we een goede plaats wisten lieten we het hem weten en hij plaatste er een kast. In 2000 en 2001 hebben wij samen 2 atlashokken voor de broedvogelatlas geďnventariseerd. Elk wegje en stukje land hebben wij toen meermaals belopen. Vanaf 2003 hebben we aan het project grauwe gors meegewerkt. Deze vogel droeg hij in zijn hart en hij was erover zeer bekommerd. Vanaf 2004 deden we samen de telling akkervogels langs de akkerranden in Gelinden. Hij plantte ook streekeigen struiken en bomen overal waar hij kon, zodat het de vogels ten goede zou komen. Hij had een zeer grote opmerkingsgave. Op wandel terwijl hij iets vertelde, lette hij toch op alles en niets ontsnapte aan zijn aandacht. Hij kende de vogels uit de praktijk, niet uit de boeken. Op Armand kon je rekenen, hij was een goede vriend en misschien té goed voor deze wereld.

    Armand, we zullen je nog heel vaak missen... 

Josette Moria 

Vanwege het hele team.