U bent in : home > projecten > algemene broedvogelmonitoring (abv)

Algemene Broedvogelmonitoring (ABV)

In het kort

    Dit project is een initiatief van het INBO en Natuurpunt en is opgestart in 2007. Het INBO staat in voor de wetenschappelijke onderbouwing van het geheel, voor de ontwikkeling van de methode, de ontwikkeling van een online invoersysteem en voor de rapportering naar regionale, nationale en internationale overheden. Natuurpunt zorgt dan weer voor de contacten met de vrijwillige medewerkers, voor de administratieve ondersteuning en zal je ook geregeld op de hoogte houden van de vorderingen van het project.

    Dit monitoringproject wil volgende doelstellingen realiseren :

    De methode is gebaseerd op punttellingen waarbij je 3x per seizoen op 6 punten in dat hok gedurende 5 minuten alle vogels telt die je ziet / hoort. Dus dat betekent maximum een uurtje dat je spendeert in zo'n hok (de verplaatsing inbegrepen) en dat slechts drie keer per seizoen.  Elk hok wordt om de drie jaar opnieuw geteld.  Dus als je drie hokken kiest, heb je elk jaar een hok.

    De 3 telrondes lopen van :

    De projecthandleiding is te raadplegen op : http://www.inbo.be/docupload/3058.pdf

    Op het einde van het broedseizoen kan je de gegevens online invoeren op http://broedvogels.inbo.be . Een handleiding ivm het online invoeren is te vinden op http://www.inbo.be/files/Bibliotheek/32/173932.pdf (blz. 6-8).

Projectverantwoordelijke

    nationaal : Iwan Lewylle (iwan.lewylle@natuurpunt.be en 015/770163) en Glenn Vermeersch (glenn.vermeersch@inbo.be)

    vogelwerkgroep : Stijn Raymaekers (stijn.raymaekers@telenet.be) en Jan Stevens (jstevens@limburg.be)

Achtergrond

    Uit de broedvogelatlas bleek al duidelijk dat we te weinig weten over de trends van onze algemene soorten broedvogels en over de oorzaken die eraan ten grondslag liggen. Het nieuwe project is dan ook een logisch vervolg op de atlas. Vlaanderen moet voldoen aan een aantal internationale verplichtingen en de opstart van dit nieuwe project gaat ons hierbij ongetwijfeld helpen. Door de verzamelde gegevens zullen we een nauwkeurige kijk krijgen op de veranderingen van onze broedvogels, wat essentieel is voor de juiste acties naar beleid en behoud; vb. op middellange termijn zullen we sterker staan in onderhandelingen met allerlei belangengroepen zoals die rond duurzaamheid van landbouw en jacht.

    In februari van 2007 vonden het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en Natuurpunt Vzw (NP) elkaar en tekenden een raamakkoord! De doelstelling is een nauwere samenwerking tussen beide partners waarbij NP de promotie en de gegevensverzameling van gezamenlijke projecten verzorgt en het INBO instaat voor de opslag van de gegevens en bijhorende rapportage. Het ABV-project is het eerste grote project dat op die manier wordt aangepakt.

    In Vlaanderen is de afgelopen jaren al veel werk geïnvesteerd in het in kaart brengen van de verspreiding van broedvogelsoorten, maar duidelijk minder in het registreren van veranderingen in aantallen en verspreiding van jaar tot jaar. Net dit laatste is zeer interessant voor natuurbehoud. Dergelijke kennis kan gebruikt worden voor het herkennen van patronen en processen die zich afspelen in de natuur, en bijgevolg de basis zijn voor het nemen van gepaste beleids- en beheersmaatregelen (en de evaluatie ervan). Het nieuwe ABV-project wordt het belangrijkste instrument om betrouwbare trends te verkrijgen over de algemene broedvogels in Vlaanderen. Meteen ook een mooi vervolg op de Vlaamse broedvogelatlas, weliswaar met andere doelstellingen, én de uiteindelijke aansluiting bij de overige 18 Europese landen waar gelijkaardige monitoringprojecten al (veel) eerder werden opgestart. Gegevens uit ons land en van over de landsgrenzen worden gebundeld om de zogenaamde ‘European bird indicator’ te berekenen (meer informatie op www.ebcc.be)

Het nieuwe project zou een aantal grote kennishiaten moeten opvullen. Op heel wat vragen moeten we nu immers het antwoord schuldig blijven, of moeten we ons eerder baseren op vage indrukken dan op wetenschappelijk onderbouwde gegevens. Hoe vergaat het de soorten die zich ophouden in het bos, in de stad of in een landbouwmilieu? Welke soorten komen er meer voor dan vroeger? Welke niet? Hoe komt het dat Huiszwaluwen uit ons straatbeeld verdwijnen. Is het werkelijk zo dramatisch gesteld met de Veldleeuwerik? Turkse Tortels maken nest in mijn tuin, maar waar zijn de Zomertortels? Waarom belanden voorheen gewone broedvogels op de Rode Lijst? Hoeveel soorten volgen er nog? Door de signaalfunctie van het ABV-project, kunnen we mogelijk tijdig maatregelen treffen.

    Met het ondertekenen van het raamakkoord werd meteen het startsein gegeven om een reeks infosessies te geven aan tal van Vogelwerkgroepen, Natuurpuntafdelingen en Likona. Hoewel het broedseizoen al voor deur stond, werd geprobeerd om voldoende medewerking te vinden om reeds in 2007 te beginnen monitoren. Niet minder dan 34 lokale en regionale groepen lieten een positieve respons optekenen. Groepen die dit jaar nog niet van de partij waren, kijken er al naar uit om volgend jaar deel te nemen.

    Uiteindelijk zullen er in 2007 400 van de 1200 geselecteerde hokken geteld worden. Indien de resultaten van al die hokken onze online databank (zie verder in dit nummer) bereiken, dan is de doelstelling voor 2007 ruimschoots gehaald. Voor 2008 en 2009 gaan we dezelfde goede weg op gezien er voor elk van die twee periodes al ca. 300 hokken ‘gereserveerd’ zijn door vrijwillige vogelkijkers. Dit geeft een totaal van minstens 1000 hokken op 1200 die de komende jaren onder de loep worden genomen. Hartelijk dank alvast voor de inzet!

    De methode is simpel en niet arbeidsintensief. In elk hok wordt gevraagd vanop zes vastgelegde punten vijf minuten de broedvogels te tellen. Dit dient driemaal in een voorjaar, te gebeuren. Elk hok moet maar éénmaal in een cyclus van 3 jaar geteld worden. De totale tijdsbesteding is dus 6 punten x 5 minuten x 3 bezoeken, wat resulteert in 90 minuten telwerk per hok, zonder verplaatsingstijd tussen de punten weliswaar, maar zeker geen al te grote tijdsbelasting. De 1200 UTM 1x1 km-hokken werden ad random geselecteerd, maar er werd wel geopteerd voor zes verschillende habitattypes. Bos, landbouw, urbaan gebied, heide-ven-duin, … behoren tot de mogelijkheden wat ervoor zorgt dat er bij de keuze van de hokken voor enige afwisseling kan gezorgd worden. Iedereen is vrij in het aantal hokken die hij of zij op zich neemt, maar liefst vragen we van drie hokken te adopteren. Het is de bedoeling van elk hok om de drie jaar te bezoeken, de twee tussenliggende jaren kan er dan rondgelopen worden in andere hokken.

Meedoen ?

    Stuur een mailtje naar Stijn Raymaekers en hij zal met jou bekijken welke kilometerhokken nog beschikbaar zijn om geteld te worden. Je krijgt dan ook de kaarten, telformulieren en een handleiding van de methodiek toegestuurd. En je zal dan ook regelmatig de nieuwsbrief ontvangen van het project.

Welke hokken in de fruitstreek ?

Naam Adres E-mail 2010 2011 2012
Peter Bellen Lindestraat 193, 3570 Alken peter.bellen@mil.be FS5637 FS5740 FS5841
Richard Vandergeten Gorsemweg 115,3800 Sint-Truiden marc-richard.vandergeten@telenet.be  FS5531 FS5332 FS5431
Albert Put Koosterstraat 31, 3570 Alken albert.put@skynet.be FS7133 FS6331 FS5226
Pierre Vandersmissen Thielestraat 6, 3570 Alken pierre.vandersmissen@telenet.be FS6731 FS6324 FS6625
      FS6823   FS7129
          FS7025
Louis Bils   louisbils@skynet.be FS7221 FS7422  
Stijn Raymaekers Brabantsestraat 59, 3570 Alken stijn.raymaekers@telenet.be FS5218 FS5122 FS5523
      FS5120 FS5222 FS5722

ABV-Nieuwsbrieven

Nieuwsbrief 4
Nieuwsbrief 5
Nieuwsbrief 6
Nieuwsbrief 7
Nieuwsbrief 8
Nieuwsbrief 9
Nieuwsbrief 10
Nieuwsbrief 22

Links

    http://broedvogels.inbo.be : de online site van het INBO voor het invoeren van de gegevens

    http://www.ebcc.info :  de overkoepelende site voor de Algemene Broedvogelmonitoring in Europa